De klimaatbeweging heeft adaptatie van het begin af aan beschouwd als een excuus om niets aan het klimaat te hoeven doen. Maar lokale gemeenschappen, maatschappelijke bewegingen en activisten zetten wereldwijd overheden nu onder druk om het niet bij beperkende maatregelen te laten en over te gaan tot aanpassing van het beleid. Is deze verschuiving te zien als een positieve stap in de strijd om klimaatrechtvaardigheid?
Wereldwijd worden steeds vaker juridische stappen ondernomen om staten zo ver te krijgen dat ze milieumaatregelen treffen en ze vanwege het klimaat besluiten tot serieuze aanpassingen. In Oeganda bijvoorbeeld, waar zich herhaaldelijk aardverschuivingen hebben voorgedaan, hebben gedupeerden de regering ervan beschuldigd geen strategie te hebben voor aanpassingen vanwege het klimaat, terwijl in Pakistan het hooggerechtshof het besluit om geen cementfabrieken te bouwen in gebieden met een kwetsbaar milieu onlangs nog heeft bekrachtigd. Het zijn allemaal tekens van wat Fizza Zaidi, van het onderzoeksteam naar klimaatverandering bij het Centre for Science and Environment (CSE) in New Delhi, ziet als een steeds krachtiger “eis tot adaptatie in klimaatrechtszaken”.
Zo speelde er in Pakistan nog een zaak waarbij een boer de regering voor de rechter daagde omdat deze zich niet hield aan de eigen maatregelen inzake klimaatverandering, waarbij ter zitting werd benadrukt hoe gevoelig het land is voor extreme weersomstandigheden. “In het besef dat ontwikkelingslanden beperkt zijn in hun mogelijkheden tot aanpassing, zag de rechter in het klimaatrecht een instrument dat kan helpen bij het ontwikkelen van voldoende aanpassingsvermogen en veerkracht ten aanzien van het klimaat,” aldus Zaidi.
De roep om adaptatie is echter ook buiten de rechtszaal te horen. De onlangs gehouden COP klimaatconferenties zijn belangrijke forums gebleken waarin maatschappelijke organisaties, gemeenschappen en activisten uiting hebben gegeven aan hun dringende eis daadwerkelijk over te gaan tot aanpassing van het beleid en het instellen van verlies- en schadefondsen.
Ook op meer lokale schaal wordt er steeds vaker van alles ondernomen. “Over de hele wereld zijn er van onderop voortdurend initiatieven gericht op adaptatie,” benadrukt Laura Kuhl, universitair docent Public Policy, Urban Affairs en International Affairs aan de Northeastern University in de VS. “Stemmen en bewegingen vanuit de bevolking laten zich overal horen, waarbij degenen die zich vooral zorgen maken om het klimaat aansluiting vinden bij andere activisten.” Zulke initiatieven, vervolgt ze, getuigen van “een toenemend besef dat klimaatrechtvaardigheid niet alleen een kwestie is van inperken, maar ook van aanpassen”. Terwijl het bij mitigatie meestal gaat om het terugdringen van emissies die de aarde opwarmen, is adaptatie erop gericht een antwoord te vinden op de klimaatcrisis en de gevolgen daarvan.
Adaptatie is klimaatrechtvaardigheid
Of het nu loopt via rechtszaken, door activisme of maatschappelijke initiatieven, de meeste deskundigen zijn het erover eens dat adaptatie valt onder de brede paraplu van klimaatrechtvaardigheid. “De klimaatbeweging is van de fase van begrip voor het probleem, met de focus op inperking, opgeschoven naar een fase waarin er steeds meer wordt gekeken naar de verschillende dwarsverbanden,” stelt Kuhl. Alleen, zegt ze erbij, stuit de roep om adaptatie “internationaal niet altijd op evenveel weerklank als andere klimaatacties”.
Vergeleken met wereldwijde campagnes voor bijv. beperkende maatregelen vanwege het klimaat, bleven initiatieven om te komen tot adaptatie meestal een lokale aangelegenheid en konden ze minder rekenen op internationale bijval. Als er één ding is waarin initiatieven om te komen tot adaptatie verschillen van de route via het inperken, dan is het dat ze “sterk contextgebonden” zijn, zegt Tamanna Sengupta, van het team klimaatverandering bij het CSE. Wereldwijd hebben klimaatactivisten en advocaten lokaal geprotesteerd tegen de negatieve effecten van klimaatverandering en de aanleg van een infrastructuur die een aanslag vormt op het milieu en ook sociaal gezien het nodige onheil aanricht.
“Werken aan adaptatie doen we op plaatselijk niveau. Wij hebben ons in onze strijd meestal gericht op bodemerosie, de verstening van het land, op droogte en andere klimaatkwesties zoals ze overal in het land spelen,” zegt Emanuele Genovese, in Rome klimaatactivist van Fridays for Future Italië. Nu goed zichtbaar is dat we steeds meer te maken krijgen met extreem weer, worden de acties van de beweging meer en meer gericht op adaptatie. Voorbeelden zijn de steun die lokale gemeenschappen kregen in de nasleep van de enorme overstromingen in Toscane en de Emilia Romagna in 2023 en het hameren op wetgeving gericht op het tegengaan van bodemerosie.
Bij de strijd om sociale en milieukwesties is het regelmatig tot een gewelddadig treffen met de politie gekomen. Zo waren er in maart 2023 in Sainte-Soline, een stad in het landelijke westen van Frankrijk, protestdemonstraties tegen een groot waterreservoir voor landbouwirrigatie. De vrees was toen dat het vooral grote ondernemingen waren die van dit “mega-bassin” zouden gaan profiteren, terwijl kleine boeren en het milieu er de nadelen van zouden ondervinden. Bij de rellen raakten tweehonderd demonstranten gewond, van wie er twee in een coma terechtkwamen, terwijl meer dan 25 politieagenten letsel opliepen. Les Soulèvements de la Terre, een samenwerkingsverband van verschillende groepen milieuactivisten in Frankrijk die aan de protesten hadden deelgenomen, werd in juni ontbonden, waarbij de regering volgens het dagblad Le Monde wees op “het ‘gebruik van geweld’ van de zijde van de demonstranten”. 1 In augustus echter maakte de Franse rechter de ontbinding van de groep voorlopig ongedaan. De definitieve uitspraak laat nog op zich wachten.
Aangezien de mogelijkheden voor adaptatie afhangen van de context van maatschappij, milieu en politiek, zijn de deskundigen het erover eens dat er geen alleenzaligmakende oplossing voor is. In de praktijk echter zijn bepaalde maatregelen meer dan gemiddeld effectief gebleken. Zo vormen systemen voor vroegtijdige waarschuwing volgens Sengupta een specifieke en tegelijk effectieve strategie voor adaptatie, doordat ze gemeenschappen helpen zich voor te bereiden en effectiever te reageren op klimaatgerelateerde gebeurtenissen. De VN heeft dergelijke systemen naar kwetsbare delen van Afrika, Azië en het gebied van de Stille Zuidzee gehaald, zodat daar sneller kan worden gereageerd op extreme weersomstandigheden.
“Tal van maatschappelijke groeperingen en andere non-profitorganisaties hebben gepleit voor de aanleg van systemen voor vroegtijdige waarschuwing in met name ontwikkelingslanden,” weet Sengupta. “In meer dan honderd landen zijn zulke systemen inmiddels geplaatst. Toen [in februari 2023] Mozambique getroffen werd door de cycloon Freddy, kon de Wereldbank rapporteren dat dankzij de aanwezigheid van een systeem voor vroegtijdige waarschuwing dorpelingen nog de tijd hadden om een veilig heenkomen te zoeken, waardoor in vergelijking met eerdere watersnoodrampen in dat gebied een groot aantal sterfgevallen kon worden voorkomen.”
Strategieën voor adaptatie zoals in dit voorbeeld kunnen geheel op maat worden gemaakt voor specifieke klimatologische kwetsbaarheden. Ze moeten evenwel ook bredere doelen kunnen dienen en raakvlakken vormen met urgente sociaal-economische thema’s. Volgens Kuhl is de meest effectieve strategie om met klimaateffecten om te gaan zorgen dat je in brede zin voldoende veerkracht hebt. “Dat je in staat bent om voldoende reserve achter de hand te houden om schokken en stress te kunnen opvangen is van het grootste belang, en dat geldt niet alleen voor kwesties rondom het klimaat,” zegt ze. “Armoedebestrijding is waarschijnlijk een van de meest effectieve strategieën voor adaptatie. En dat is een totaal andere strategie voor adaptatie dan bijv. zoiets als het aanleggen van dijken.”
“Of het nu loopt via rechtszaken, door activisme of maatschappelijke initiatieven, de meeste deskundigen zijn het erover eens dat adaptatie valt onder de brede paraplu van klimaatrechtvaardigheid”
Een tweevoudige benadering
Met alleen mitigatie of adaptatie zullen we alle uitdagingen waar de klimaatchaos en de vernietiging van ecosystemen ons mee confronteren nimmer de baas kunnen. “De klimaatverandering zal gevolgen met zich meebrengen die zich niet zomaar laten inperken en waar wij ons niet aan kunnen aanpassen. Dat er schade zal ontstaan en verliezen worden geleden is onvermijdelijk. Dit doet de vraag rijzen waar al het geld dat er voor nodig is vandaan moet komen, en van wie. En hoe krijgen we het op de plekken waar het ook echt naartoe moet,” zegt Kuhl.
Klimaatadvocaten en -experts zijn ervan overtuigd dat het bij klimaatactie zowel om adaptatie als om mitigatie moet gaan. Dit betekent dat er van twee kanten uitdagingen komen die tijdig moeten worden gesignaleerd en aangepakt. De meeste landen vertrouwen om tot adaptatie te kunnen komen in het bijzonder op het beschikbaar komen van externe financiële en andere hulpmiddelen. “De noodzaak tot adaptatie gaat voor wat betreft het zuidelijk halfrond als geheel gelijk op met de behoefte aan financiële en technologische hulp,” stelt Sengupta. “Blijft die uit, dan wordt het heel lastig om echt effectieve strategieën door te voeren. Er is behoefte aan het opschalen van de overheidsfinanciën en ontwikkelingshulp, maar om die te mobiliseren moet ook de politieke wil er zijn.”
Bij de kosten voor adaptatie gaat het om zeer grote bedragen, en wereldwijd zijn investeringen vanwege het klimaat doorgaans gericht op maatregelen voor het inperken en opvangen. Ook is er steeds meer erkenning voor het feit dat klimaatverandering niet op zichzelf staat – het is een gelaagde problematiek, met overlappingen met al langer bestaande sociaal-economische kwesties of thema’s als gender en de tekortschietende gezondheidszorg. “De meest kwetsbare landen, de regio’s die het meest worden geraakt door klimaatverandering, beschikken over de minste middelen om dingen te kunnen aanpassen,” zegt Kuhl. “Er ligt een morele verantwoordelijkheid om middelen te kanaliseren naar lokaal niveau, naar de mensen die het meest kwetsbaar zijn, om in het ideale geval te beginnen met wat voor hen de prioriteiten zijn.”
Vandaar dat veel klimaatactivisten er bij de verschillende regeringen op aandringen dat die de verantwoordelijkheid op zich nemen om in die behoefte te helpen voorzien. Daarbij wordt er de nadruk op gelegd dat klimaatfondsen vooral dienen te gaan richting het zuidelijk halfrond, omdat dat extra kwetsbaar is voor de schadelijke effecten van klimaatverandering. Tijdens de COP28 in november 2023 werd het eerste verlies- en schadefonds voor financiële hulp aan ontwikkelingslanden opgericht. Meerdere landen, waaronder Duitsland, het VK en Japan, zegden samen met de EU bedragen toe van in totaal 700 miljoen dollar. Critici wezen er echter op dat dit bedrag schril afstak bij de 400 miljard dollar schade die de ontwikkelingslanden ieder jaar oplopen. De ontwikkelingslanden gaven zelf ook uiting aan hun twijfel over de financiering van het fonds op de lange termijn, en de rol van de Wereldbank als tijdelijk bewindvoerder.
Bij andere gevallen van fondsenwerving voor adaptatie deden zich soortgelijke kwesties voor. In 2022 kreeg Pakistan te maken met zware overstromingen waarbij duizenden slachtoffers vielen en nog veel meer mensen dakloos werden. Inmiddels komt er steeds meer bewijs dat gebeurtenissen als de overstroming in Pakistan in direct verband staan met de klimaatcrisis. De klimaatverandering kan zelfs de oorzaak zijn geweest voor de toename van de neerslag in Pakistan met vijftig procent, zoals blijkt uit een studie in het nieuwe onderzoeksveld van de attributiewetenschap, een opkomende discipline waarmee mogelijke verbanden tussen extreme weersomstandigheden en de opwarming van de aarde beter zijn te analyseren.
“Er is toen voor 10 miljard dollar aan hulp toegezegd voor de wederopbouw in Pakistan,” zegt Sengupta. “Maar uit de kleine lettertjes bleek toen dat meer dan 90 procent daarvan de vorm had van een lening, iets anders dan echte steun dus. Als we het hebben over de financiering van adaptatie moeten we vaststellen dat er sprake is van grote verschillen in de manier waarop deze middelen beschikbaar worden gesteld.”
Adaptatie een wassen neus?
In de publieke meningsvorming is adaptatie onderwerp van menig debat. Klimaatontkenners hebben aanpassing gebruikt als rookgordijn om geen verantwoordelijkheid te hoeven nemen voor de klimaatcrisis, vanuit de redenering dat er weliswaar sprake is van klimaatverandering, maar dat die gezien het aanpassingsvermogen van de mens niet echt problematisch zal blijken. Uit een recente studie naar strategieën om klimaatactie op de lange baan te schuiven, is gebleken dat men het instellen van inperkingen en het aanpakken van klimaatverandering poogt af te doen als verloren moeite; adaptatie zou “het enig mogelijke antwoord” op de crisis zijn.
In mei 2022 zei Stuart Kirk, destijds hoofd van verantwoord investeren van de afdeling vermogensbeheer van de bank HSBC op een door de Financial Times georganiseerde conferentie, “Wie zal zich er druk om maken als Miami over honderd jaar zes meter onder zeeniveau ligt? Amsterdam ligt al eeuwen zes meter onder zeeniveau, en daar is het heel aardig toeven. We kunnen het best hebben.” Kirk is vanwege zijn commentaar later van zijn functie ontheven. In een artikel over het boek van Alex Epstein getiteld Fossil Future, waarin een pleidooi wordt gehouden voor fossiele brandstoffen, schrijft Nitish Pahwa: “De nieuwe teneur bij de klimaatontkenners gaat nu van: kijk, het is niet zo dat de koolstofemissie niet toeneemt of dat er geen opwarming van de aarde is, maar wat zou dat, het gaat toch allemaal best lekker zo? Niets om je druk over te maken!”2
Volgens Kuhl echter hebben klimaatontkenners met het vertoog van adaptatie mede aan de haal kunnen gaan doordat het hele idee lange tijd “als een taboe werd gezien”. “Zelfs in de serieuze vakliteratuur is adaptatie vaak omschreven als ‘het ondergeschoven kindje van de mitigatie’. Een van de redenen daarvoor was dat steeds de angst bestond dat zodra we het hebben over adaptatie, daarmee wordt gesuggereerd dat het streven naar mitigatie is opgegeven en dat het een excuus zou zijn om niet tot actie over te gaan. Dit was lange tijd ook de lijn die werd aangehouden binnen het IPCC.”
“De meest kwetsbare landen, de regio’s die het meest worden geraakt door klimaatverandering, beschikken over de minste middelen om dingen te kunnen aanpassen”
Behalve het gevaar dat sterk de nadruk leggen op adaptatie ertoe zou kunnen leiden dat er minder aandacht is voor inspanningen om te komen tot mitigatie en voor de verantwoordelijkheid van grote bedrijven voor de klimaatcrisis – door Kuhl wel omschreven als de “controverse tussen adaptatie en mitigatie” – mag ook niet onvermeld blijven dat vanuit gevestigde belangen zelfs adaptatie in enkele gevallen wordt tegengewerkt.
“Er is veel meer verzet tegen adaptatie dan algemeen bekend,” zegt Kuhl. “Het aanpakken van de klimaateffecten zal consequenties hebben voor waar we vinden dat de ergste kwetsbaarheden liggen. Er zullen verschuivingen komen in de beoordeling van de meest kwetsbaren, en dat zal directe gevolgen hebben voor het krachtenveld. Het ligt in de lijn der verwachtingen dat de gevestigde belangen aan de bestaande machtsverhoudingen zullen willen vasthouden.” Kapitaalkrachtige investeerders in onroerend goed in Californië verzetten zich bijv. tegen de bescherming van de kust tegen overstromingen, zoals geplande verhuizingen en gecontroleerde terugtrekking. Ze doen dat uit angst voor waardevermindering van het onroerend goed en zien het als een bedreiging voor het zakenleven, projectontwikkelaars en de toeristische sector.
Ook komt het voor dat weerstand tegen aanpassingsmaatregelen voortvloeit uit een strijd van tientallen jaren tegen zakelijke ontwikkelingen die schadelijk zijn voor het milieu. Zo zijn delen van de oorspronkelijke Amerikaanse bevolking al sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw sterk gekant tegen Snowbowl, een ski-oord in Arizona, omdat dit de spirituele band die zij voelen met het landschap en de bergachtige omgeving verstoort. In 2022 zorgden plannen voor een uitbreiding van de faciliteiten van het ski-oord voor nieuwe spanningen. Met o.m. sneeuwkanonnen hoopte men de verminderde natuurlijke sneeuwval als gevolg van de klimaatverandering te compenseren. Voor het maken van kunstsneeuw putten de exploitanten water uit de riolering. Een belangengroep van diverse stammen klaagde daarop dat hierdoor heilige grond besmet is geraakt.
Kuhl zegt dat het belangrijk is onderscheid te maken tussen “hindermacht” en “verzet”. Ze legt uit dat er sprake is van hindermacht wanneer machtige belangengroepen de bestaande toestand willen handhaven door adaptatie te dwarsbomen. Van verzet is er sprake als gemarginaliseerde groepen bepaalde strategieën om te komen tot adaptatie zien als een middel dat erger is dan de kwaal. Terwijl adaptatie nog met de nodige uitdagingen te kampen heeft, breekt de laatste tijd steeds meer het besef door dat klimaatactie betekent pleiten voor adaptatie in combinatie met mitigatie. Doel is dan om bij klimaatkwesties en klimaatrechtvaardigheid uiteindelijk te komen tot een verantwoordingsplicht.
