The European Venue for Green Ideas
Follow us on
Future of EU

“Alle Europeanen spelen vals door asiel naar elkaar te schuiven”

By Daniel Cohn-Bendit , Tine Danckaers

In een gesprek over de huidige asielcrisis en de grenzen die deze trekt rond en door Europa, hekelt Daniel Cohn-Bendit alvast de hypocrisie aan beide kanten van het politieke spectrum.

We ontmoeten Daniel Cohn-Bendit in hartje Brussel, in de kantoren van de Green European Journal. Cohn-Bendit mag dan officieel uit de actieve politiek zijn gestapt, zijn mening doet er nog toe. Hij heeft er in de voorgaande uren al een paar lange interviews op zitten. Hij is moe, fluistert iemand. Maar zodra de fysieke en mentale grenzen van Europa, Cohn-Bendits hartenkind, op de tafel liggen verdwijnt die vermoeienis vakkundig uit de kamer.

Amsterdam heeft er op dat moment net een Europese informele top over de asielcrisis opzitten, waar het voorstel valt om Griekenland uit de Schengenzone te halen. Intussen sluiten de Oost-Europese landen en Oostenrijk de grenzen, de voorhoede voor de Belgen die sinds deze week hun grens met Frankrijk betonneren met politiemanschappen.

Europa is in crisis. De Schengenzone dreigt uit elkaar te vallen.

Tine Danckaers: Sommigen vinden dat Europa zijn buitengrenzen onvoldoende beschermt. Moeten nationale overheden opnieuw controle krijgen op hun eigen landsgrenzen, zoals nu al gebeurt in de Schengenzone?

Daniel Cohn-Bendit: Als we praten over een politieke unie, verliest het idee van nationale grenzen alle betekenis. De grenzen van Europa zijn dus uw en mijn, onze grenzen. Concreet: per definitie betekent Schengen dat interne grenzen opgehouden zijn te bestaan en dat de buitengrenzen moeten worden erkend. Maar dan moeten we dat ook goed doen, dan heeft dat tot gevolg dat we in termen van gemeenschappelijke soevereiniteit spreken als het op bescherming en veiligheid van onze gedeelde ruimte aankomt. Dat betekent ook gedeelde verantwoordelijkheden om onze grenzen te beschermen, via een gedeelde politiemacht en een gemeenschappelijk leger.

We zijn allang vergeten of we pretenderen vergetelheid dat Schengen ons verplicht om het concept van soevereiniteit compleet te herzien. We zijn vergeten dat deze transfer van soevereine nationale grenzen naar Europese grenzen een noodzakelijke stap was voor de politieke Europese Unie.

Hoe reëel is dat Europese concept? Men dreigt Griekenland uit de Schengenzone te zetten als Athene de buitengrenzen van Europa niet beter controleert. Wat zegt dat over de zogeheten Europese solidariteit?

Het probleem met de Grieken is dat ze met een dubbele tong spreken. Want langs de ene kant beweert Athene dat de grens met Turkije een kwestie is van nationale soevereiniteit en aanvaardt het niet dat zijn buitengrens een Europese grens is. Langs de andere kant eisen ze — terecht — solidariteit.
Het is een dilemma. Griekenland, maar ook Spanje en Italië ondervinden zeker problemen omdat ze buitengrenzen van Europa vormen. Tegelijk dragen ook de andere lidstaten gevolgen van hun grensbeleid.

Afspraken en solidariteit zijn dus nodig. Dat is geen evidentie. Drie jaar geleden al vroegen de Europese grenslanden voor een verdeelsleutel voor de asielzoekers. Duitsland en Frankrijk weigerden en beriepen zich op de Dublin-richtlijn (de Europese wet die bepaalt welk land verantwoordelijk is voor asielaanvragen, td), en stelden dat volgens die richtlijn elke lidstaat nu eenmaal verantwoordelijk is voor zijn eigen grenzen.

Daar, exact in die Dublin-verordening, is het misgelopen. We hebben niet aangedurfd om Dublin en wat dat betekent voor een Europees grensbeleid en dus ook voor een Europees recht op asiel in een radicaal Europees perspectief te plaatsen.

We hebben allemaal een beetje vals gespeeld, zeker de Duitsers en de Fransen. Dublin vormde het perfecte middel om het werk door anderen te laten doen. Gevolg: nu zitten we dus in een situatie waarbij Europa, gezien het aantal vluchtelingen, wil dat er een doorgevoerde grenscontrole gebeurt. Europa eist nu dat Griekenland zich inschrijft in dat nieuwe project van de Europese grenzen. En het is niet verwonderlijk dat Griekenland weigert en zegt: ‘als jullie een gedeelde grens willen, goed, maar dan betaal je’.

We geven de hete aardappel ook door aan Turkije.

Turkije is toch enigzins een andere situatie. Het probleem is dat binnen de definitie van gezamenlijke grenzen en de bescherming ervan, de Grieken voelen dat het echt wel om een Europees project gaat. Daarbij weet Athene ook dat, gezien de Griekse economische situatie, Europa niet anders kan dan betalen. Ik denk dat er weinig tegen in te brengen valt.

Tegen Turkije zegt men het anders: de Europeanen – en vooral de Duitsers – zeggen dat onze capaciteit om vluchtelingen op te vangen en te integreren beperkt is. We zijn hypocrieten. Want we zeggen tegen de Turken: “Jullie hebben ongeveer 2,5 miljoen vluchtelingen op een bevolkingsaantal dat bijna het equivalent van het aantal inwoners van Duitsland is (Turkije: 79,4, Duitsland: 81,2, nvdr).

Bon, we gaan jullie geld geven om de kampen beter te maken zodat jullie nog eens 500.000 extra vluchtelingen kunnen opvangen.” Met andere woorden, we vinden simpelweg dat Turkije drie keer meer vluchtelingen kan opnemen dan Duitsland dat hetzelfde aantal inwoners heeft.

Wat Duitsland dan nog verder belooft, is onduidelijk. De Duitsers zouden het mogelijk willen maken dat vluchtelingen vanuit Turkije asiel kunnen aanvragen voor Duitsland. Dit principe van een buiten-Europese asielprocedure is op zich wel een humanitaire en, wat mij betreft, geen foute benadering. Als men dit ook in Libanon en Jordanië zou organiseren, zorgen we dat mensen niet langer 3000 tot 4000 kilometer in afschuwelijke omstandigheden moeten afleggen. Dus, maak het mogelijk om asiel aan te vragen in Turkije of Jordanië.

Vluchtelingen en asiel

Dan moeten die landen wel mee met het verhaal. Hun terechte verwijt is dat Europa hen bekijkt als gatekeeper maar er toch weinig tegenover stelt en moet definiëren hoe het zijn grenzen beschermt.

Dat is zeker allemaal waar. Maar roep wat je wil, sla op de tafel, lanceer keiharde solidariteitsoproepen, je blijft op verlamming stoten.

We hebben maar één gidsland vandaag: het Duitsland van Angela Merkel. Vandaag staart ook Europees links naar Merkel, want als zij met haar ogen knippert en van positie verandert, is het gedaan. Dan gaat het slot op Europa. Zelfs de landen die de grenzen sluiten, zeggen dat ze hun grenzen enkel open kunnen houden als Duitsland alle mensen die zij niet willen, opvangt. Er is dus een ongelofelijke hypocrisie.

We installeren grenzen en wat doen we om te voorkomen dat vluchtelingen nog zullen binnenkomen? Gebruiken we honden, prikkeldraad, uitkijktorens om mensen tegen te houden? Het gaat immers niet zomaar om een grenspost op de weg. Willen we opnieuw een gesloten Oost-Duitsland in veelvoud? Zij die zeggen dat de binnengrenzen dicht moeten, zouden moeten uitleggen hoe ze dat dan willen doen.

Niemand heeft echter het antwoord. Dus dan is de enige realistische weg die overblijft om voorlopige opvang voor vluchtelingen te organiseren en de instroom te vertragen. De enige weg om dat te doen is via zo’n overzeese asielprocedure, zoals men in Turkije wil opzetten.

Een gemeenschappelijk asielbeleid kan alleen maar werken als alle Europese lidstaten bereid zijn om mee te stappen in een quotasysteem, ook Centraal-Europa, de Oost-Europese landen en Denemarken. We hebben eigenlijk behoefte aan een Frans-Duits initiatief dat zegt: of we stappen allemaal mee in de solidariteitsboot of we herbekijken de Europese solidariteitsbudgetten zoals de structuurfondsen of de landbouwfondsen. Take it or leave it.

Tegelijk moeten we – we kunnen het niet genoeg herhalen – de oorzaken van deze vluchtelingenstromen aanpakken. Dat betekent de oorlog in Syrië stoppen, interveniëren. Alle dagen verlaten tientallen mensen Raqqa, en Noord-West-Syrië omdat er geen leven meer mogelijk is. Waar denken we dat die mensen naartoe gaan?

Om terug te gaan naar de harmonisering van ons Europees grensbeleid: de Europese Unie nam toch al behoorlijk wat maatregelen: meer patrouilles en operaties door Frontex, verhoging van hun budgetten, de installatie van Eurosur, het External Border Fund, de inzet van drones…

Wat Frontex betreft, betalen we de prijs van onze inconsequenties. We hebben de Italianen verplicht om Mare Nostrum te stoppen, omdat het tot een aanzuigeffect zou leiden. We hebben Frontex gecreëerd om de smokkelaars tegen te houden en vervolgens moesten ze zorgen dat er geen hond meer doorkwam. Er zijn zoveel doden geweest op de Middellandse Zee, de media hebben er zo uitvoerig over gerapporteerd dat het nu Frontex is die Mare Nostrum gaat leiden. Vervolgens komen we tot de vaststelling dat we nog altijd geen gemeenschappelijk asielbeleid hebben en zien we dat Duitsland de enige lidstaat is die consequent omgaat met het asielrecht. En precies dat is het dilemma van Merkel. Ze wil niet meer vluchtelingen.

Maar ze houdt zich wel consequent bij het uitgangspunt: asiel is een recht en geen cijferspelletje. Je kan niet zeggen dat een absoluut recht geldt voor 10.000 mensen maar dat het vanaf nummer 10.001 niet meer geldt. Volgens Merkel moet heel Europa het absolute recht op asiel ernstig nemen en meewerken, of de situatie wordt onhoudbaar. We hebben, met andere woorden, behoefte aan een gemeenschappelijk beleid voor het recht op asiel, en een grondwettelijk recht dat daarvoor de basis legt.

Migratie en integratie

Wordt er in het huidige debat over grenzen eigenlijk ook gesproken over hoe we immigratie willen managen? We hebben het enkel nog over vluchtelingen, hun statuut, hun rechten. Over immigratie wordt niet meer gesproken.

Het recht op asiel is een mensenrecht. Immigratie is dat niet. Mensen kunnen de noodzaak voelen om te migreren, hun redenen kunnen heel plausibel en begrijpelijk zijn maar op dit moment moeten we immigratie niet opvoeren. Het recht op asiel gaat om bescherming van personen die bedreigd worden en geen andere keuze hebben dan te vluchten. Dat gaat voor. Migratie, een logisch gevolg van de economische ongelijkheid, is nog altijd een vrije keuze van sommigen die hun kansen wagen in een ander, rijker, vrijer land.

Tegelijk, om dat in goede banen te leiden en te controleren, heb je degelijke immigratiewetgeving nodig. Ik ben voorstander om immigratie wel te kwantificeren. Dat is het grote verschil met asiel: elke Europese lidstaat heeft het recht om immigratie soeverein te regelen, en conform de VS en Canada, een immigratiewet te baseren op de noden van een land. Het doet me denken aan wat Franse oud-premier Michel Rocard zei: ‘Men kan niet de miserie van de hele wereld binnen halen, maar elk land kan wel beslissen hoeveel van die miserie hij wil’.

Goed immigratiemanagement is nodig. Maar we zien ook er een duidelijke verschuiving is in hoe we “de migrant” framen: van goede naar slechte migranten.

De Duitsers hebben Merkel en politiek rechts verweten dat er nog steeds geen immigratiewetgeving is. Nochtans heeft dat een nationaal symbolisch en politiek belang omdat het een land definieert als een land van immigratie. Er is niets mis mee om Europa als een politieke plek voor immigratie te etaleren, conform de VS. Zij houden de grens met Mexico potdicht maar geven elk jaar honderdduizenden Mexicanen Green Cards.

Een soortgelijk model hebben we nodig als we willen dat onze eigen samenlevingen legale immigratie, waarbij niet alleen vluchtelingen binnen mogen, aanvaarden.

Tegelijk moeten we een eerlijk discours houden: op een moment gebeurt wat in Keulen gebeurde. Dan moet je in staat zijn om daar open, rationeel en verstandig op te reageren. Dan moet je uitleggen dat de huidige immigratiestromen uitdagingen meebrengen. We mogen de zaken niet eenzijdig romantiseren: “hoe fantastisch en hoe verrijkend multicultuur wel is, hoe iedereen van elkaar zal houden”. De multiculturele samenleving is heel uitdagend. We moeten, ieder van ons, aanvaarden dat cultuurschokken een logisch onderdeel vormen van immigratie, en dat het zeer gewelddadig kan zijn, en tot vreselijke situaties kan leiden. Dat is onontkoombaar maar daarbij is het zaak om problemen heel open en oprecht aan te kaarten.

De grote uitdaging die voor Merkel op de tafel ligt, is integratie. Hoe wil ze 1 miljoen vluchtelingen die in korte tijd Duitsland binnenkwamen, integreren? Is ze voorbereid? Velen zijn kritisch.

Ja, omdat ze een fout heeft gemaakt. In 1989 was ik waarnemend burgemeester van Frankfurt, we zaten in de eerste groene-sociaaldemocratische coalitie. In die tijd weigerde Duitsland om migranten binnen te laten. “Wir sind kein Einwanderungsland”, klonk het. Tegelijk was de groeiende diversiteit een feit, dus ik stelde voor om een immigratieschepen aan te stellen. In de tekst van het voorstel stond: “Frankfurt is een stad van immigratie”. De sociaal-democraten (niet eens de CDU) verwierpen de tekst. Ze konden dat niet maken tegenover de arbeiders, klonk het. Uren hebben we gediscussieerd om tot de finale formulering te komen: “Frankfurt is steeds meer een multiculturele stad”. Dit ging om sociaal-democraten he!

Na de oorlog, in 1950, ving Duitsland twaalf miljoen Russische vluchtelingen op. Toen beschikte Duitsland wel over een bevoegde minister die een groot integratiebudget ter beschikking kreeg. En dat was perfect logisch. Net zoals het nu zo logisch zou zijn. Maar Merkel, die te gebukt gaat onder de tegenstrijdigheden van haar partij, heeft noch de moed, noch de helderheid van geest om een minister van Immigratie aan te stellen, om dat buiten de portfolio van Binnenlandse Zaken te halen. Zolang immigratie echter deel uitmaakt van dat ministerie, zal er een directe link zijn met veiligheid en politie. Immigratie is geen politiekwestie, het is een kwestie van onderwijshervormingen, integratie, sociaal werk enzovoort. Die lacune in het Duitse beleid is Merkels achilleshiel.

De terugkeer naar grenzen

We hebben ook duidelijk problemen met mentale grenzen. We zien, in de storm van de vluchtelingencrisis, de opkomst van een simplistische, witte, katholieke mindset, zoals in Polen. Tegelijk zijn die landen ook solidair. Waarom?

Het is irrationeel, die angst voor de ander, en ik heb geen idee waarom. Tegelijk, in de Oost-Europese landen volgen ze de paus. Die nodigde 10.000 vluchtelingen uit naar zijn recent Urbi et Orbi. Polen zit nu in een transitie van een gesloten naar een open samenleving, maar het zal nog even duren voor dat rust brengt.
Elke keer dat er nieuwe immigratiegolven zijn met nieuwe karakteristieken, is er spanning. Vandaag worstelen we met de agressiviteit van islamitische jihadisme, wat beangstigend is. Wanneer mensen Daesh op televisie zien, heeft dat een effect natuurlijk.

Wat vertelt onze houding tegenover de asielcrisis en hoe we omgaan met grenzen, fysiek en mentaal, over onszelf?

Het leert ons dat er nog veel werk is. Het leert ons dat Europa “not God given” is. We zitten in een nieuwe, broodnodige bouwfase. Europa is gebouwd uit een oorlogsverleden. Vandaag moeten we die basis vastleggen in een geglobaliseerde wereld. Het is geen gemakkelijke maar we hebben veel meer fantasie nodig om te beseffen dat “moeilijk ook kan”. We moeten af van dat idee van natiestaten als we ons willen inschrijven in de geglobaliseerde wereld.

 

Dit interview kadert in een samenwerking tussen de Green European Journal en MO*. Het interview met Daniel Cohn Bendit verschijnt ook in nummer 12 van de Green European Journal, onder de titel “Checkpoint Europe. The Return of Borders”.

Newsletter

Cookies on our website allow us to deliver better content by enhancing our understanding of what pages are visited. Data from cookies is stored anonymously and is never shared with third parties.

Find out more about our use of cookies in our privacy policy.